vrijdag 01 maart : 19u Vernissage
zaterdag 02 maart : 10u00 tot 21u00
zondag 03 maart : 11u00 tot 21u00
De inkom is gratis

Onze tentoonstelling genaamd ‘Naïve’ heeft als ondertitel ‘Narrative Aesthetics’. Het woord narrative komt van het Latijnse woord ‘narrare’ wat ‘te vertellen’ betekent.

We willen onderzoeken wat de kunstenaars te vertellen hebben en hoe dit gekoppeld gaat met hun esthetiek.

Binnen de conceptuele stroming in de kunstwereld staat het idee centraal, en het breekt daarvan los van het esthetische.  Het is echter zichtbaar dat de  laatste jaren langzamerhand het esthetische opnieuw een grote rol begint te spelen in de kunst. In ons huidig tijdperk is het een meerwaarde dat we een enorme diversiteit hebben op vlak van hoe kunst naar voren kan gebracht worden. En dit kan op basis van een oneindig aantal media, maar elke media hanteert een bepaalde vakkunde.

De dag van vandaag wordt er een onderscheid gemaakt tussen toegepaste kunsten en vrije kunsten. Design, architectuur, grafisch ontwerp, … dezen worden allen gelabeld als ‘toegepast’ en zijn daarbij ook niet echt ‘vrij’.
Ze behoren eigenlijk  niet echt tot de kunstwereld, maar ze zijn eerder  een aparte tak wat we de ambachtelijke kunsten noemen omdat ze uitgevoerd worden in opdracht. Ze zijn niet rechtstreeks verbonden met de kunst.

Zijn de schilderingen in de Sixtijnse kapel  van Michelangelo, in opdracht van de paus,  dan ook geen toegepaste kunsten?  We gaan het eerder aanschouwen als vrije kunst omdat kunst nog niet zo vrij was.
De Renaissance was een stroming met een rode draad, het was een bewustzijn dat aanwezig was bij elke kunstenaar.

Elke stroming in de kunstgeschiedenis met een rode draad zorgt voor inspiratie om toekomstige stromingen te laten ontstaan.

In het begin van de 20ste eeuw zien we echter een nieuw fenomeen, de kunstgeschiedenis begint zich op te delen in kleine stromingen die naast elkaar groeiden, maar toch gelinkt waren. Het nieuwe liberalisme was een bodemloze put van eeuwenlange opgekropte creativiteit. De mens leerde abstraheren en dieper nadenken over wat kunst kan of moet zijn. De 20steeeuw kunnen we gerust het manifestentijdperk noemen.

We blikken even in op  Marcel Duchamp die met ‘Fountain’ in 1917 de kunstwereld shockeerde doordat hij de kunstwereld in vraag stelde. ‘Wat is kunst?’ Marcel Duchamp vond dat de kunstenaar het recht had om zelf te bepalen wat kunst  is. De dadaïsten hier in Europa bekritiseerden in café Voltaire de ambachtelijke landschapjes en bloemetjes die toen als kunst werden gezien. Hun kunst bestond uit ready-mades die ze achteraf ook vernielden omdat ze net wouden tonen dat hun kunst niet belangrijk was.

De conceptuele kunststroming die uit deze gedachten gegroeid is stelt vandaag de dag nog steeds de vraag aan het publiek: ‘ Wat is kunst nu eigenlijk?’ Maar het is grotendeels deze kunst die opgepikt wordt en dan ook effectief  aanschouwd wordt als noemenswaardige, waardevolle kunst. Kunst wordt nu de dag van vandaag bepaald of het kunst is of niet. Terwijl de oude kunsten als kunst worden gezien omdat het stromingen waren met een zichtbare rode draad.

Als we voor de laatste keer inblikken op onze individuele Westerse  samenleving, het nu nog zegevierende kapitalisme speelt hier perfect op in. De basis van het kapitalisme is gebaseerd op vraag en aanbod. Er is enorm veel vraag naar kunstenaars, en dus ook een enorm aanbod. Binnen de conceptuele kunst staat het gedacht van de kunstenaar centraal waardoor er zeer uiteenlopende kunstenaars zijn en er dus geen algemeen bewustzijn meer is.

De niet-kunstenaars bepalen wat kunst is, het publiek bepaalt wat geen kunst is.
Mensen en kinderen die naar musea gaan die niets beseffen van kunst stellen zich inderdaad de vraag is:
‘Wat is kunst?’. De vakkunde van het werken, het doen en het maken speelt geen rol meer. En daar komt bij dat de gebruikte objecten niet langer vernield worden, maar verkocht worden aan een ongelooflijke prijs.

We hoorden een verhaal waarbij een meisje naar een  museum ging van schone kunsten. Later ging ze met haar klas naar een ander museum waar conceptuele kunst tentoongesteld werd. Het meisje vroeg aan haar grootvader: als dat een museum was voor schone kunsten, was dit dan een museum voor lelijke kunsten? Naïviteit benadrukt de eerlijkheid.

Hieruit haalden we onze titel ‘Naïve’. En daarbij ook uiteraard dat wij beide nog jonge naïeve kunstenaars zijn die onderzoeken hoe we de rode draad terug kunnen oppikken en onze diversiteit van media binnen de kunst kunnen bewaren. Onze eerste stap is kijken naar wat te kunstenaar wel of niet  te vertellen heeft en of dit zichtbaar is in het werk.

Anton & Evert

← Back